Op #2 in mei: de barmhartige Samaritaan

Het één-na-mooiste bijbelverhaal van ‘s-Hertogenbosch staat centraal in de maand mei. Het is het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Wie kent dit verhaal nou niet? Je leest het in Lucas 10: 25-37

‘Dit vertelde Jezus toen er op een dag een godsdienstleraar kwam die wilde onderzoeken of Jezus’ ideeën wel zuiver waren. ‘Meester’, vroeg hij, ‘wat moet ik doen om eeuwig leven te krijgen?’ Jezus vroeg: ‘Wat zegt de wet van Mozes daarover?’ Hij antwoordde: ‘U moet van de Here, uw God houden met heel uw hart, heel uw ziel, heel uw kracht en heel uw verstand. En u moet net zoveel van uw naaste houden als van uzelf.’ ‘Goed!’ zei Jezus. ‘Doe dat en u zult eeuwig leven krijgen.’
De man voelde zich aangesproken. Om zich te rechtvaardigen, vroeg hij: ‘Wie is eigenlijk mijn naaste?’

Als antwoord gaf Jezus hem dit voorbeeld ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg werd hij door rovers overvallen. Zij rukten hem de kleren van het lijf, sloegen hem bont en blauw en lieten hem halfdood langs de weg liggen.

Toevallig kwam een priester langs. Maar toen hij de man zag liggen, ging hij aan de overkant van de weg voorbij. Een tempeldienaar die voorbijkwam, deed hetzelfde en liet de man gewoon liggen.

Gelukkig kwam er ook iemand langs die medelijden kreeg toen hij hem daar zag liggen. Het was een Samaritaan. De Samaritaan knielde naast hem neer, verzorgde zijn wonden met olie en wijn en legde er verband om. Daarna tilde hij hem op zijn ezel en ging er zelf naast lopen.

Zij kwamen bij een herberg, waar hij hem verder verzorgde. De volgende morgen gaf hij de herbergier twee zilveren munten en zei: ‘Zorg goed voor hem. Mocht dit geld niet genoeg zijn, dan betaal ik de rest de volgende keer wel.’
‘Wat denkt u? Wie van deze drie was de naaste van het slachtoffer van de roofoverval?’ ‘De man die medelijden met hem had’, was het antwoord. ‘Precies’, zei Jezus. ‘Volg zijn voorbeeld dan.’

Schepping

Schepping

 

 

Hij spreekt en splijt de duisternis,

de nacht vlucht, licht komt voor de dag,

de zee schikt in en gunt droog land

ontkiemend groen en zaaddragend gewas:

het leven dat ontloken is.

 

Hij strooit de sterren uit zijn hand,

maakt ruimte voor de zon en maan,

geeft vissen water, vogels lucht,

het vee en wild het vrije veld,

schept – kroonontwerp – zijn geestverwant:

 

de mens die draagt zijn evenbeeld.

Dat schepsel  wandelt vrij en blij

in Edens hof en noemt de naam

van plant en dier en spreekt zijn taal.

Speels geeft die zijn gedachten vorm,

een wonder, woord dat oren streelt.

 

De schepping ademt, God rust uit,

en wat Hij ziet, is mooi en goed.

Hemel en aarde schrijven nu

geschiedenis:  de mens ontaardt,

slikt wat de adder giftig spuit

en heeft het jammerlijk verbruid.

 

Maar alle schuld is, God zij dank, geboet;

de Schepper gaf zijn eigen vlees en bloed.

 

Ooit volgt, als Hij het paradijs ontsluit,

een nieuwe lente en een nieuw geluid.

 

 

Janssien Deijl

Opstanding

“Hij is hier niet, want hij is opgestaan.
Dat zei hij toch; u had het kunnen weten.
Bent u zijn woorden nu al weer vergeten?
Het is nu met zijn lijdenstijd gedaan.”

De engel Gods ontsluit het lege graf
dat uitzicht biedt op vol en eeuwig leven.
“Zeg, dood, waar is uw prikkel nu gebleven?
Gedolven is uw graf, uw tijd loopt af.”

De mensen die het voor zichzelf verknolden,
wordt liefdevol en kosteloos, na spijt,
schuld van vandaag en morgen kwijtgescholden.

Wie wil er nu niet worden vrijgepleit
en juichen dat zijn kwaad niet wordt vergolden?
Sta op en leef het paasfeest toegewijd.

Janssien Deijl