November: Maria en de engel

Het verhaal van november is nummer 8 in de top-10: de aankondiging van de geboorte van Jezus. Je vindt het in Lucas 1.

Lucas 1:26-38

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonkenLuister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.

Lees alle berichten, verhalen en bekijk video’s van dit bijbelverhaal.

Hoe de kleine Mozes gered werd

Het bijbelverhaal dat in oktober in de spotlights staat, vind je in Exodus 2: Mozes in de Nijl.

Een man uit de stam Levi trouwde met een vrouw uit diezelfde stam. 2 Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi kind en ze hield het verborgen, drie maanden lang. 3 Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl. 4 De zuster van het kind ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem zou gebeuren.

5 Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen langs de rivier heen en weer liepen. Zij ontdekte de mand tussen het riet en liet die door een van haar slavinnen halen. 6 Ze maakte de mand open en zag daarin het kind. Het jongetje huilde, en vol medelijden zei ze: ‘Dat moet een Hebreeuws kind zijn.’ 7 Toen kwam de zuster van het kind haar vragen: ‘Zal ik bij de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan zoeken om het kind voor u te voeden?’ 8 ‘Ja, doe dat maar,’ antwoordde de dochter van de farao, waarop het meisje de moeder van het kind ging halen. 9 De dochter van de farao zei tegen de vrouw: ‘Neem dit kind mee en voed het voor me. Ik zal u ervoor betalen.’ De vrouw nam het kind mee en voedde het. 10 Toen het groot genoeg was, bracht ze het naar de dochter van de farao. Deze nam het kind aan als haar eigen zoon. Ze noemde hem Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.

Bron: jongerenbijbel

Kom naar de Ontdekavond!

In het kader van de 10 mooiste Bijbelverhalen van ‘s-Hertogenbosch organiseert de San Salvatorgemeenschap iedere maand een ontdekavond waarin we samen in het verhaal van de maand duiken. Wat betekent het verhaal voor ieder van ons? Wat vinden we mooi? Wat vinden we moeilijk te begrijpen? Naast het uitwisselen van eigen ervaringen komt ook een creatieve uiting  van het verhaal aan bod. Dat kan een lied, een filmpje, een kunstwerk of een spiegelverhaal zijn.  

De eerste avond over David en Goliath vindt plaats op woensdagavond 30 september van 20.00 tot 21.30 uur in Cello, van der Eygenweg 1 in ’s-Hertogenbosch. U bent van harte welkom op deze Bijbelse ontdekavond voor ongelovigen en andere religieuze  mensen.

Aan de bijeenkomsten zijn geen kosten verbonden. We vragen wel een vrijwillige bijdrage voor de koffie en thee. Iedere ontdekavond staat op zichzelf en er is geen voorkennis nodig.

De San Salvatorgemeenschap is een oecumenische geloofsgemeenschap die in 2011 in  ’s-Hertogenbosch is ontstaan. De San Salvator gemeenschap wordt gekenmerkt door een open manier van geloven, onderlinge saamhorigheid en maatschappelijke betrokkenheid.
De San Salvatorgemeenschap is een vereniging met ruim 500 leden. Meer informatie is te vinden op www.sansalvatorgemeenschap.nl

Er was eens…

Na Zwolle, Emmen, Meppel en Weert is nu ‘s-Hertogenbosch aan zet.
Want, er loopt een een bijbelproject in de stad.
Begonnen op 4 juni 2015 met een enquête in de binnenstad.
Daarna nog 3 looprondes gedaan, de laatste op zaterdag 11 juli.
Tussen de bedrijven door natuurlijk ook driftig in ‘eigen parochie’ geflyerd
(en ‘vreemd gegaan’!).
We willen uiteindelijk komen tot een top-tien van bijbelverhalen.
Verhalen die bij gelovigen en ongelovigen nog in het collectieve geheugen zitten.

Het project wordt gepromoot door 11 (elf) kerkgenootschappen in onze stad.
In juni 2016 komt de (grootschalige) finale.
Op www.de10mooistebijbelverhalenvandenbosch.nl word je nòg wijzer.

Onderstaand verhaal nodigt uit om te vragen:

“Welk bijbelverhaal wordt hier met eigentijdse woorden verteld?

Er was eens een vrouw in goede doen, in zéér goede doen. Ze is getrouwd, misschien wel met een vrouw (dat is niet van belang). Ze heeft drie kinderen, van zichzelf of via-via (dat is evenmin van belang). Heeft een goed salaris, werkt part-time, want ‘je doet de kinderen niet iedere dag in de buitenschoolse opvang’. En intussen al een ruime spaarpot kunnen vullen als buffer voor tegenvallers. Uiteraard geregeld op vakantie. En eet ook regelmatig met haar echtgenoot buiten de deur.
Maar daarbij, zeker niet het type van ‘als ik het maar goed heb’. Want ze is ook medewerkster bij de plaatselijke Voedselbank. En ze collecteert voor meerdere goede doelen in haar woonwijk. Ze kijkt dus echt wel verder dan haar eigen neus.
Alles bijeen mag je met een gerust hart zeggen: het ging haar voor de wind (in de rug).
Maar ja, er was ook venijn, afgunst en achterklap.
En een wereldwijde crisis heeft haar helaas , echt niet onberoerd gelaten. Haar tegoeden kelderden zeker zo hard als die van andere mensen om haar heen.
Vakanties werden overgeslagen, de villa verkocht en een huurhuis (huisje) kon ze gelukkig betrekken.
Alles bijeen bleef ze toch een positief mens.

Toen werd ze ziek. Het leek aanvankelijk wel mee te vallen, maar – god betere het – toch belandde ze op Intensive Care en iedereen (ook zijzelf!) vreesde voor haar leven….
Toen knakte er iets. Wat heet? Ze werd bitter tot op het bot.
Waarom? Waarom ik? Waaraan heb ik dat verdiend?
Er kwamen kennissen op ziekenbezoek, vrienden en vriendinnen , haar kinderen (met hun kleine kinderen), haar familie en natuurlijk eerst en vooral haar echtgenoot. Maar opmonteren konden ze haar niet. Toen kwamen er drie oude klasgenootjes aan haar bed. Ze leefden met haar mee. Ze beklaagden haar. Boden haar alle hulp aan, die ze maar konden geven. Maar…., ze hadden ook kritiek!
‘Heb je dit niet zelf mede veroorzaakt?
‘ Ooit uit voorzorg een check-up bij de huisarts laten maken?
‘ Ook wat gas terug genomen, toen de bomen nog tot aan de hemel groeiden?
‘ Aan yoga gedacht? Of aan een abdijdag, stilte dus, buiten alle hectiek van de dagelijkse beslommeringen?

“Als jullie zó beginnen”, zei ze, “kan ik je missen als kiespijn. Rot op!”

En toen ze weg waren, kwam ze gelukkig wel tot bedaren. Maar ze hadden haar toch ook, zeker, wat achterdochtig gemaakt. Eerst naar zichzelf…. Maar daarna nog méér naar een soort kwade genius achter alle ellende. Naar iemand die haar zó te grazen had genomen.
Kon ze die maar eens ter verantwoording roepen….. !
Ik wou dat ik die-of-die de huid kon vol schelden.
Zijn vet kon meegeven, de vloer met hem kon aanvegen.
Hem (of haar) het schaamrood op de kaken kon laten krijgen.
Dat ie spijt zou krijgen (als hij me zó zag), meer als haren op zijn kop.
Dat hij zijn ogen uit zijn hoofd zou schamen.

Toen sliep ze in. En opnieuw kwamen de vragen boven: ‘Waarom? Waarom ik?’
Maar – o wonder – er kwam een vraag bij. Een nieuwe vraag die ze zichzelf nog nooit eerder had gesteld. Die was: ‘Waarom ik niet?’ Daar had ze niet van terug.
Ze herinnerde zich als bij toverslag dat liedje: Streets of London.

Ze dacht onwillekeurig met verhevigde afschuw aan alle horrornieuws op tv en in de krant.
Ze zag de lerares geschiedenis voor zich, die ooit vertelde van de zwarte dood (de pest) in Europa. Ze besefte opeens sterker dan ooit tevoren: er is veel kwaad dat mensen andere mensen aandoen. Ze ‘zag’ met huiver de verdelging van dieren en planten. De vervuiling van het water. En… en…. en…

Gek, ze voelde zich kleiner en kleiner worden. Haar eigen leed werd er zeker niet zachter door.
Maar er was wel wat veranderd. In haar zelf!
Haar klasgenootjes van zojuist konden nog steeds de pot op.
Maar het omdraaien van de vraag intrigeerde haar:
niet meer: Waarom ik?
maar eerder: Waarom ik niet?

En ze dacht opeens terug aan de Aya Sophia in Istanbul, een grote oude kerk die moskee was geworden. Dat was nog uit de tijd dat ze volop met vakantie ging. Een moskee met prachtige muurmozaïeken van bovenaardse wezens. Ze had er eerst vlakbij gestaan. Wat vielen die afzonderlijke steentjes dan hard tegen: gehavend, verkleurd. Maar op een afstandje kwam tòch een prachtig beeld te voorschijn!!
En er ging iets dagen bij haar.
Ze moest proberen eerder te zwijgen, dan te protesteren.
De wereld was groter dan zij alléén. Het lijkt erop dat we allemaal puzzelstukjes zijn in een megageheel.

Ze is uiteindelijk weer thuis gekomen. Wat een geluk. Zoiets overkomt lang niet iedereen!
Ze was wel veranderd. Ze heeft haar leven radicaal anders beleefd. En daarnaar ook geleefd (met vallen en opstaan natuurlijk).

——–

Een bijbelverhaal, anders verteld. Dat kan met ieder verhaal. Een verhaal wordt nooit oud nieuws!

Rob van Oosten.