De barmhartige Samaritaan

“Wie is mijn naaste”, vraagt de wetgeleerde

uitdagend naar de welbekende weg.

Hij volgt de reiziger en peilt diens pech:

beroofd en bruut voor dood achtergelaten.

Hij ziet de priester die zijn hoofd afwendt;

aan vuile handen is hij niet gewend.

Zijn keuze, meent hij, is best goed te praten.

 

Ook de Leviet is aan zijn stand verschuldigd

dat hij een onbezoedeld leven leidt.

Hij denkt: “Wie volgt, is vast tot hulp bereid.”

Dat klopt, een hart, gevuld met mededogen,

Samaritaans en levenslang miskend,

slaat voor de naaste, is op tijd present

en met ontferming innerlijk bewogen.

 

De wetgeleerde kijkt, maar zicht ontbreekt.

Hier staat de Meester die de passie preekt.

 

 

Janssien Deijl