Er was eens…

Na Zwolle, Emmen, Meppel en Weert is nu ‘s-Hertogenbosch aan zet.
Want, er loopt een een bijbelproject in de stad.
Begonnen op 4 juni 2015 met een enquête in de binnenstad.
Daarna nog 3 looprondes gedaan, de laatste op zaterdag 11 juli.
Tussen de bedrijven door natuurlijk ook driftig in ‘eigen parochie’ geflyerd
(en ‘vreemd gegaan’!).
We willen uiteindelijk komen tot een top-tien van bijbelverhalen.
Verhalen die bij gelovigen en ongelovigen nog in het collectieve geheugen zitten.

Het project wordt gepromoot door 11 (elf) kerkgenootschappen in onze stad.
In juni 2016 komt de (grootschalige) finale.
Op www.de10mooistebijbelverhalenvandenbosch.nl word je nòg wijzer.

Onderstaand verhaal nodigt uit om te vragen:

“Welk bijbelverhaal wordt hier met eigentijdse woorden verteld?

Er was eens een vrouw in goede doen, in zéér goede doen. Ze is getrouwd, misschien wel met een vrouw (dat is niet van belang). Ze heeft drie kinderen, van zichzelf of via-via (dat is evenmin van belang). Heeft een goed salaris, werkt part-time, want ‘je doet de kinderen niet iedere dag in de buitenschoolse opvang’. En intussen al een ruime spaarpot kunnen vullen als buffer voor tegenvallers. Uiteraard geregeld op vakantie. En eet ook regelmatig met haar echtgenoot buiten de deur.
Maar daarbij, zeker niet het type van ‘als ik het maar goed heb’. Want ze is ook medewerkster bij de plaatselijke Voedselbank. En ze collecteert voor meerdere goede doelen in haar woonwijk. Ze kijkt dus echt wel verder dan haar eigen neus.
Alles bijeen mag je met een gerust hart zeggen: het ging haar voor de wind (in de rug).
Maar ja, er was ook venijn, afgunst en achterklap.
En een wereldwijde crisis heeft haar helaas , echt niet onberoerd gelaten. Haar tegoeden kelderden zeker zo hard als die van andere mensen om haar heen.
Vakanties werden overgeslagen, de villa verkocht en een huurhuis (huisje) kon ze gelukkig betrekken.
Alles bijeen bleef ze toch een positief mens.

Toen werd ze ziek. Het leek aanvankelijk wel mee te vallen, maar – god betere het – toch belandde ze op Intensive Care en iedereen (ook zijzelf!) vreesde voor haar leven….
Toen knakte er iets. Wat heet? Ze werd bitter tot op het bot.
Waarom? Waarom ik? Waaraan heb ik dat verdiend?
Er kwamen kennissen op ziekenbezoek, vrienden en vriendinnen , haar kinderen (met hun kleine kinderen), haar familie en natuurlijk eerst en vooral haar echtgenoot. Maar opmonteren konden ze haar niet. Toen kwamen er drie oude klasgenootjes aan haar bed. Ze leefden met haar mee. Ze beklaagden haar. Boden haar alle hulp aan, die ze maar konden geven. Maar…., ze hadden ook kritiek!
‘Heb je dit niet zelf mede veroorzaakt?
‘ Ooit uit voorzorg een check-up bij de huisarts laten maken?
‘ Ook wat gas terug genomen, toen de bomen nog tot aan de hemel groeiden?
‘ Aan yoga gedacht? Of aan een abdijdag, stilte dus, buiten alle hectiek van de dagelijkse beslommeringen?

“Als jullie zó beginnen”, zei ze, “kan ik je missen als kiespijn. Rot op!”

En toen ze weg waren, kwam ze gelukkig wel tot bedaren. Maar ze hadden haar toch ook, zeker, wat achterdochtig gemaakt. Eerst naar zichzelf…. Maar daarna nog méér naar een soort kwade genius achter alle ellende. Naar iemand die haar zó te grazen had genomen.
Kon ze die maar eens ter verantwoording roepen….. !
Ik wou dat ik die-of-die de huid kon vol schelden.
Zijn vet kon meegeven, de vloer met hem kon aanvegen.
Hem (of haar) het schaamrood op de kaken kon laten krijgen.
Dat ie spijt zou krijgen (als hij me zó zag), meer als haren op zijn kop.
Dat hij zijn ogen uit zijn hoofd zou schamen.

Toen sliep ze in. En opnieuw kwamen de vragen boven: ‘Waarom? Waarom ik?’
Maar – o wonder – er kwam een vraag bij. Een nieuwe vraag die ze zichzelf nog nooit eerder had gesteld. Die was: ‘Waarom ik niet?’ Daar had ze niet van terug.
Ze herinnerde zich als bij toverslag dat liedje: Streets of London.

Ze dacht onwillekeurig met verhevigde afschuw aan alle horrornieuws op tv en in de krant.
Ze zag de lerares geschiedenis voor zich, die ooit vertelde van de zwarte dood (de pest) in Europa. Ze besefte opeens sterker dan ooit tevoren: er is veel kwaad dat mensen andere mensen aandoen. Ze ‘zag’ met huiver de verdelging van dieren en planten. De vervuiling van het water. En… en…. en…

Gek, ze voelde zich kleiner en kleiner worden. Haar eigen leed werd er zeker niet zachter door.
Maar er was wel wat veranderd. In haar zelf!
Haar klasgenootjes van zojuist konden nog steeds de pot op.
Maar het omdraaien van de vraag intrigeerde haar:
niet meer: Waarom ik?
maar eerder: Waarom ik niet?

En ze dacht opeens terug aan de Aya Sophia in Istanbul, een grote oude kerk die moskee was geworden. Dat was nog uit de tijd dat ze volop met vakantie ging. Een moskee met prachtige muurmozaïeken van bovenaardse wezens. Ze had er eerst vlakbij gestaan. Wat vielen die afzonderlijke steentjes dan hard tegen: gehavend, verkleurd. Maar op een afstandje kwam tòch een prachtig beeld te voorschijn!!
En er ging iets dagen bij haar.
Ze moest proberen eerder te zwijgen, dan te protesteren.
De wereld was groter dan zij alléén. Het lijkt erop dat we allemaal puzzelstukjes zijn in een megageheel.

Ze is uiteindelijk weer thuis gekomen. Wat een geluk. Zoiets overkomt lang niet iedereen!
Ze was wel veranderd. Ze heeft haar leven radicaal anders beleefd. En daarnaar ook geleefd (met vallen en opstaan natuurlijk).

——–

Een bijbelverhaal, anders verteld. Dat kan met ieder verhaal. Een verhaal wordt nooit oud nieuws!

Rob van Oosten.