Mozes

Drie maanden jong,
en wat hem staat te wachten,
weet hij nog niet.
Hij sluimert in het riet:
prins in de dop.
Straks zal hij overnachten

bij farao’s kind
dat hem wil adopteren.
Als moederlief
haar zoon, haar hartendief
gevoed heeft, mag
hij aan het hof verkeren:

hol van de leeuw.
Hij draagt er onverschrokken
zijn naam die luidt:
ik, prinses, heb hem uit
het water van
Egyptes Nijl getrokken.

Vijf vrouwen aan
de wieg van zijn jong leven
zijn redders in
de Koninklijke zin:
door liefde en
barmhartigheid gedreven.

Janssien Deijl