Schepping

Schepping

 

 

Hij spreekt en splijt de duisternis,

de nacht vlucht, licht komt voor de dag,

de zee schikt in en gunt droog land

ontkiemend groen en zaaddragend gewas:

het leven dat ontloken is.

 

Hij strooit de sterren uit zijn hand,

maakt ruimte voor de zon en maan,

geeft vissen water, vogels lucht,

het vee en wild het vrije veld,

schept – kroonontwerp – zijn geestverwant:

 

de mens die draagt zijn evenbeeld.

Dat schepsel  wandelt vrij en blij

in Edens hof en noemt de naam

van plant en dier en spreekt zijn taal.

Speels geeft die zijn gedachten vorm,

een wonder, woord dat oren streelt.

 

De schepping ademt, God rust uit,

en wat Hij ziet, is mooi en goed.

Hemel en aarde schrijven nu

geschiedenis:  de mens ontaardt,

slikt wat de adder giftig spuit

en heeft het jammerlijk verbruid.

 

Maar alle schuld is, God zij dank, geboet;

de Schepper gaf zijn eigen vlees en bloed.

 

Ooit volgt, als Hij het paradijs ontsluit,

een nieuwe lente en een nieuw geluid.

 

 

Janssien Deijl